OVER MIJN WERK
In mijn werk gaat het over het weergeven van de beleving van ruimte en de waarneming van ruimtelijkheid op het platte vlak. Ik wil de ervaring van een ruimte vastleggen om deze te kunnen herbeleven. Dit doe ik op het platte vlak omdat de omzetting van dynamische beweging (door een ruimte lopen) naar een statische vorm op papier mij fascineert. De beperkingen die het platte vlak in zich heeft om ruimtelijkheid weer te geven, maken dat de beschouwer zichzelf niet echt in de afgebeelde ruimte kan verplaatsen. Hoewel je in je verbeelding de ruimte kunt betreden, blijf je er in werkelijkheid altijd buiten staan. De onmogelijkheid van het herbeleven van een ruimte werk ik uit door de discrepantie tussen 3D en 2D te verbeelden.
Onderwerpen van mijn werk zijn in eerste instantie ruimtes in de vorm van gebouwen en interieurs waarin letterlijk een onmogelijkheid ligt om deze op een later tijdstip nog eens te herbeleven. Het zijn bijvoorbeeld gebouwen die gesloopt gaan worden, het interieur in een huis waarvan de bewoners zijn overleden, of een museum waarin je volgens een vaste route door de tentoonstelling wordt geleid ( en de ruimte dus niet kunt beleven zoals je dat zou willen). Later in mijn werk verschuift de nadruk van het letterlijk afbeelden van de waarneming en de beleving van een ruimte naar het afbeelden van tijd en beweging op het platte vlak. Eerst nog steeds in een ruimte, in mijn laatste werk is de mens het onderwerp geworden.
De technieken die ik gebruik om mijn concept uit te werken zijn een combinatie van grafiek en fotografie. Daarbij maak ik gebruik van optische analoge hulpmiddelen zoals spiegels, kijkdozen, camera-obscura's en de diaprojector. De videocamera gebruik ik om beweging te vangen, om mijn kijkgedrag te registreren. Ik maak voornamelijk gebruik van oude fotografische technieken, zoals de pin-hole, camera obscura en de gomdruk (een edel procede). De fotografische drukken combineer ik met grafische technieken zoals de aquatint of de thinnerdruk. De eigenschappen en mogelijkheden van de gebruikte technieken stellen mij in staat om op een formele manier een ruimtelijke suggestie te verbeelden en de discrepantie tussen 2D en 3D op te zoeken. De camera obscura geeft bijvoorbeeld de mogelijkheid om iets vast te leggen gedurende de periode dat je het beeld zelf waarneemt. Hierdoor is het mogelijk om beweging en tijd te vangen op een stilstaand beeld. Of door een vierkleurendruk laag over laag op te bouwen en net niet op elkaar te laten aansluiten, ontstaat er een diepte die een ruimtelijkheid suggereert.